Close Menu
Deskundig advies sinds 1973

BETE sproeiers algemene informatie

De definitie van een sproeier wordt omschreven als "een apparaat om een vloeistof in straaltjes of druppeltjes te verspreiden".

Om tot een goede sproeier keuze te komen is het van belang de basis kenmerken van een sproeier te kennen en te specificeren:

  • de debiet / druk verhouding van de sproeier;
  • de verspreiding van de druppels (sproeibeeld);
  • de druppelgrootte;
  • aansluiting van de sproeier;
  • materiaalkeuze.

Debiet

Het vloeistof debiet dat door een sproeier stroomt is voorname afhankelijk van het drukverschil tussen de aanvoerdruk en de ruimte waarin gesproeid wordt. Het debiet van een sproeier kan met een formule worden berekend aan de hand van de K-factor. De K-factor is de druk bij 1 Bar ∆P.

Vloeistof eigenschappen

De soortelijke massa heeft primair invloed op hoe een sproeier verneveld. Het debiet van een vloeistof met een hogere dichtheid in vergelijking met water is lager bij gelijke druk. Ook de viscociteit van de vloeistof heef invloed op de werking. Hoog viskeuze vloeistoffen remmen de verneveling. In het algemeen zijn vloeistoffen met een viscositeit van 100cP of hoger moeilijk te vernevelen, behalve met persluchtverstuivers.

Systeem ontwerp

Het leidingsysteem dat de vloeistof naar de sproeiers transporteert, moet zodanig ontworpen zijn dat er voldoende druk op de sproeiers staat. De gebruikte pomp moet voldoende druk kunnen leveren om na alle verliezen (leidingen, bochten, opvoerhoogte enz.) aan de systeemdruk van de sproeiers te voldoen.

Sproeihoek

De sproeihoek voor een bepaalde toepassing hangt af van de benodigde bedekking. De sproeihoek van spiraalsproeiers is relatief stabiel over een groot drukbereik, terwijl de sproeihoek voor sproeiers met een wervellichaam kleiner neigt te worden naarmate de druk toeneemt.

Sproeibeeld

De term sproeibeeld beschrijft de verdeling van de druppels over het oppervlak. Voorbeelden van de meest voorkomende sproeibeelden staan hieronder afgebeeld.

Druppelgrootte

De druppelgrootte is vaak kritisch. Veel processen zoals gas wassen zijn afhankelijk van de blootstelling van een zo groot mogelijk vloeistofoppervlak aan de gasstroom. Andere toepassingen hebben juist een zo groot mogelijke druppel nodig. Een sproeier produceert druppels over een bepaald spectrum. Omdat het onmogelijk is om de exacte verdeling weer te geven, wordt de druppelgrootte in verschillende gemiddelde diameters weergegeven.

De verschillende sproeiers geven verschillende relatieve druppelgrootten:

De druppelgrootte wordt veelal in de onderstaande maten weergegeven:

Sauter Mean Diameter (D32) De verhouding vloeistof oppervlak / volume van de Sauter Mean is gelijk aan de verhouding voor het gehele volume. Hierdoor wordt de Sauter Mean het meest toegepast in proces berekeningen.
Volume Mediaan (DV0,5) De druppeldiameter die het volume (of massa) van de vloeistof in twee gelijke delen verdeeld.
90% Volume diameter (DV0,9)

De druppeldiameter die het volume (of massa) van de vloeistof weergeeft waarbij 90% van het volume (of massa) kleiner is als de opgegeven diameter. Geeft een indicatie van de verwachtte maximale druppelgrootte en het traject van de druppels.

10% Volume diameter (DV0,1) De druppeldiameter die het volume (of massa) van de vloeistof weergeeft waarbij 10% van het volume (of massa) kleiner is als de opgegeven diameter. Geeft een indicatie van de verwachtte minimale druppelgrootte, geeft een indicatie van de blootstelling op druppelafscheiders.

 

Probleemoplossing voor sproeiers

Onderstaande punten zijn enkele van de punten om te onderzoeken wanneer een systeem niet functioneert als verwacht:

Slijtage of corrosie:
  • kan een veel groter debiet veroorzaken;
  • de druppelgrootte kan groter worden;
  • verkleint het sproeibeeld.
Verstopping:
  • lage debieten;
  • slecht sproeibeeld.
Leidingwerk:
  • te hoge leidingverliezen zorgen voor een te lage druk;
  • hoge stroomsnelheden in aanvoerbuizen verstoren de intrede van vloeistof in de sproeier.
Locatie:
  • slecht gas/vloeistof contact in scrubbers en koelers;
  • slechte oppervlakte bedekking.
Sproeierkeuze:
  • druppelgrootte te groot of te klein;
  • verkeerd sproeibeeld.